Mondgeur

WAT
Halitose = slechte adem. 1 mens op 4 heeft er last van. Bij de meeste patiënten ligt de oorzaak in de mond (85%). Mensen in de omgeving hebben vaak grote problemen met de vieze geur waardoor vermijdingsgedrag ontstaat.

Met een goede behandeling kunnen we 90% van de patiënten effectief helpen!

OORZAAK
In de mond komen veel bacteriën voor die leven zonder zuurstof. Deze bacteriën produceren stinkende zwavelgassen. Vaak zijn de aantallen van deze bacteriën sterk verhoogd. Daardoor neemt de hoeveelheid stinkende gassen zo sterk toe dat ze worden waargenomen door mensen in de omgeving. De belangrijke gassen zijn: zwavelwaterstof (rotte eierengeur), methylmercaptaan en dimethylsulfide.

Er worden vooral grote hoeveelheden bacteriën gevonden in de tandplak op de tanden en kiezen of in de pockets van patiënten met chronische tandvleesontsteking (gingivitis/parodontitis) of in de plak op het achterste gedeelte van de tong (tongcoating).

METEN
Aan de hand van enkele vragen en het mondonderzoek wordt vastgesteld welke factoren invloed kunnen hebben op de halitose. Vervolgens wordt de mate van halitose vastgesteld.

Er wordt aan de adem van de patiënt geroken en daarna wordt de adem getest met een apparaat (Oral Chroma) dat de gassen analyseert. Onze praktijk is de enige in de Euregio die over een dergelijk toestel beschikt!

BEHANDELING
De behandeling bestaat uit het aanleren van het goede mondhygiëne. Daarnaast wordt ook tandplak in de ruimte tussen tand en tandvlees (pocket) verwijderd door een professionele gebitsreiniging in combinatie met ozone therapie. De tongcoating wordt met een speciale zandstraal-techniek door ons verwijderd.

MAATREGELEN
Het regelmatig drinken van water en het eventueel verminderen van het koffiegebruik kunnen helpen bij het bestrijden van halitose.

KNOP
90% van de patiënten met mondgeur helpen wij van hun probleem af. Vaak blijft er een psychologisch probleem sluimeren: de patiënt blijft angst houden over zijn adem (halitofobie). Het is daarom van belang dat een vertrouwenspersoon in de buurt van de patiënt kan aangeven of het probleem zich al of niet opnieuw voordoet.